Onze eigen predikant, dominee Gerrit van Dijk, verbond de nummers met korte, rake teksten. Voor vaste bezoekers van de reguliere diensten was dat direct herkenbaar: dezelfde betrokken, invoelende manier van spreken, met oog voor wat er bij mensen leeft. Niet zwaar aangezet, maar wel zorgvuldig; niet moraliserend, wel richtinggevend. Hij gaf woorden aan wat de muziek al opriep, zonder de liedjes “uit te leggen”. Juist daardoor ging je anders luisteren: alsof een bekende tekst ineens een tweede laag kreeg.

Mooi detail is hoe dit programma tot stand komt. Niet in een vergaderzaal met agenda’s, maar aan de kroegtafel. In september gaat het team met elkaar zitten — “we beginnen met koffie en eindigen met een biertje,” zei Gerrit — en daar groeit het concept. Daarna repeteert Major Seventh en wordt het verhaal strak gesmeed tot een avond die vanzelf lijkt te lopen.
Een kritische noot is er ook. Een oudere bezoeker merkte op dat het geluid voor hem wel erg hard stond. Dat is begrijpelijk: in een kerkruimte kan volume snel als “te veel” ervaren worden.
Alles bij elkaar was het een dienst die licht en laagdrempelig was, maar inhoudelijk stevig bleef. Driebergen mag deze traditie koesteren — en wat mij betreft: graag weer in 2026.